|
Toen
ik nog klein was gingen we op een mooie zomerse avond al naar de
Nieuweburen. In de
auto, want we woonden in het zuiden van de stad.
La Venezia was
dus ver weg. Ook toen
stond je in een lange rij, verlekkerd te wachten op dat waar
anderen met blije gezichten mee naar buiten kwamen. “Die wil ik
ook, mammie”.
Als
puber kreeg ik wel eens geld mee. “Haal jij even een paar ijsjes”, zeiden ze
thuis dan. Het was ook in die tijd dat het me opviel dat die lekkerste ijsjes
van Leeuwarden gemaakt werden in waarschijnlijk het lelijkste pand van de stad.
Wat een gedrocht, die vreemde toren. Wat een slecht geschilderd, vies gebouw.
Eind
jaren tachtig publiceerde de Leeuwarder Courant een artikel over Lelijke
Gebouwen. Een lezerswedstrijd werd er aan gekoppeld. Ik deed mee. En was een van
de zovele winnaars, die bij tientallen tegelijk “La Venezia” hadden genomineerd.
Het viel dus op.
|